maandag 26 januari 2009

Requiescat in Facebook


Het is tegenwoordig bon ton om de ondergang van Facebook te voorspellen. Je account deleten en social networking sooo 2008 vinden, daar kun je best mee scoren. Toch blijf ik het een interessant medium vinden. Omdat het helemaal nog niet over z'n top heen is. Omdat Facebook nog steeds aan het groeien is en mensen voortdurend geconfronteerd worden met nieuwe vragen over het online leven.

In de vroegere internet dagen hadden we allemaal nog avatars. Je vrienden wisten vaak wel welk avatar je had, maar zelfs dan waren er nog wel 100 andere lonelygirls en coolegasten. Van avatar kon je ook wisselen als van ondergoed. Sinds Facebook gooien we plots echter onze echte namen op het web. We houden contact met mensen die we (normaalgezien) echt kennen en doen steeds meer dingen die we uit het echte leven kennen: cocktails trakteren, boeken aanraden of foto's tonen.

Het wordt interessant als Facebook plots nieuwe problemen oproept. Wat als je moeder of baas plots vriendjes willen worden? Wat met een gallerij ex'en? Maar ook wat: wat met het virtuele facebook account als de reële facebooker er niet meer is? Een interessant artikel in The New York Times Auteur Michele Slatalla beschrijft daarin hoe vreemd het is plots een aankondiging te zien voor de verjaardag van een overleden vriend. Op facebook blijf je immer verder leven. Facebook pagina's blijken op die manier ook als een soort virtuele grafzerk te functioneren. Mensen gaan er heen om hun medeleven te betuigen en op de verjaardag van de gestorvene nog een boodschap na te laten. Mensen delen er hun verdriet.

Ook nu na het drama in Fabeltjesland Dendermonde blijkt Facebook deze rol te vervullen. 150.000 mensen hebben facebookgewijs al hun medeleven betuigd! Facebook doet zo als weinig andere applicaties de grenzen tussen on en off line vervagen. Al blijft een item als 'gerelateerde groepen' ons er toch aan herinneren dat Facebook een eigen universum vormt. Want gerelateerd aan de pagina 'Steunbetuiging aan dagverblijf Fabeltjesland' zijn groepen te vinden als 'I bet I can find 1000000 people who dislike Heiniken' of 'Je bent pas echt opgegroeid in de jaren '90 als...'. Op Facebook blijft alles toch altijd net wat vluchtiger.

vrijdag 23 januari 2009

Marketing-embedded products (2)

Nog niet lang geleden had ik het hier over product-centric marketing: meer en meer marketing gaat rond het product draaien, dat weer belangrijker wordt in de marketingmix (en dare I say, zeker nu met de crisis). Op die manier krijgen we een soort marketing-embedded products.

En wat lees ik nu op PSFK? Volgens Russel Davies gaan meer en meer producten elektronica bevatten en zo niet alleen hun eigen productinformatie kunnen opslaan, maar ook beelden en marketinginformatie. Zo zullen die producten eigenlijk ook hun eigen communicatiekanaal worden.

Dat sluit dan weer naadloos aan bij het idee van het internet of things: een heleboel fysieke objecten die genetwerkt zijn en aan het internet hangen. Zodat je frigo via RFID-etiketten op etenswaren kan zien dat er geen tomaten genoeg meer zijn voor die spaghetti bolognaise, en zodat je in de Delhaize een lijstje op pakweg je iPhone krijgt met daarop: tomaten.

De eerste keer dat ik van zoiets hoorde moet een tiental jaar geleden geweest zijn, in Living Tomorrow, wat toen nog 'Het huis van de toekomst' heette. Ik vond het toen al een megacool idee (naast het glas dat met een druk op de knop doorzichtig of doorschijnend wordt, wat geregeld tot hilarische taferelen leidt in het Café Théatre in Gent, maar dat terzijde). Laten we hopen dat het er rap van komt.

Lees het artikel op PSFK ('t is interessant!)

dinsdag 13 januari 2009

Advertising on the edge

De media hebben een mooi handje toegestoken om de crisis een nog iets grotere self-fullfilling prophecy te maken, maar krijgen dat toch een beetje als een boemerang terug in het gezicht. Ontslagen links en rechts en natuurlijk... gedaalde advertentie-inkomsten. The Economist maakte daarom een interessante sales presentatie, die adverteerders moet overtuigen om toch te blijven adverteren. Goeie ideeën in een leuke vormgeving, mooi. Onine advertising wordt ten voordele van de commerce net iets te veel aan de kant geschoven, maar los daarvan een knappe presentatie.

Ads on Edge
View SlideShare presentation or Upload your own. (tags: branding recession)


Via

vrijdag 9 januari 2009

Marketing-embedded products

Onlangs kwam ik dit geestig reclamefilmpje tegen voor de welbekende Lounge Chair van Charles en Ray Eames, in productie bij Herman Miller in de USA. Het filmpje toont eigenlijk hoe het product in elkaar zit en gemonteerd wordt en hoe je het gebruikt. Het dateert dan wel van de jaren stillekens, maar het sluit perfect aan bij een recente trend: showing the magic in the product. We zagen het al bij de Macbook Air-reclamespot, maar ook VW heeft nu een product-centric site en ook Tom Himpe ziet een evolutie van 'message-centric' naar 'product-centric' marketing.

Dramatic shift in marketing reality

Niets nieuws, niets wereldschokkends, maar wel erg goed gevisualiseerd. Scholz & Friends vertellen wat iedereen intussen weet, maar waar de meeste merken toch liever doof voor blijven.

donderdag 8 januari 2009

een tweede leven voor je merk


2009 is begonnen en wat zal het ons brengen? Terwijl de crisis volop woedt, gaan we onvermijdelijk duurzamer consumeren. Meer nadenken over wat we uitgeven en misschien ook wel dingen kopen die langer meegaan. En ja hoor, slimme merken zijn daar al volop mee bezig. Zo zie ik in de laatste Springwise newsletter dat het Zweedse kledingmerk Filippa K eigen tweedehandswinkels gaat openen. In die winkels gaan ze tweedehands Filippa K verkopen, aangevuld met pasmodellen.

Een geniaal concept: één van de zaken waar Filippa K prat op gaat is namelijk dat hun kleding geen wegwerp is maar dat je ze jaren kunt dragen. Ze spelen dus in op een trend én versterken hun eigen imago en merkwaarden, terwijl ze ook controle hebben op het retailkanaal ... slim gezien!

Algauw te vinden in Stockholm en hopelijk ook snel in ons land.

woensdag 7 januari 2009

Over Beta en 1.0 chocolade


Om het nieuwe jaar te vieren. Of om de kou te verjagen. Anyway: elke reden is een goeie om het over chocolade te hebben. Om de Tcho chocolade te proeven zul je naar San Francisco moeten. Of heb je een kloeke postduif nodig. Maar minstens zo interessant en hartverwarmend is het verhaal achter Tcho. Een start-up als geen ander. Omdat de CEO de stichter van Wired is. Of omdat de eerste die een online aankoop Herbie Hancock was. 

Maar veel meer nog omwille van het verhaal achter Tcho. Het zal de Wired invloed zijn, maar Tcho werd bijvoorbeeld in Beta gepresenteerd, zodat ze de smaak konden aanpassen volgens de reacties van de eerste consumenten. Of het verhaal achter het Taste Wheel, waardoor chocoade proeven een sensatie als wijnproeven wordt. Of het verhaal achter het design van de packaging. Of het verhaal over 3 jaar werken voor de ultieme reep chocolade.  Of omdat Tcho een Chief Chocolate Officer heeft. 

San Francisco biedt een zeer vruchtbare bodem voor lokale merken. Vroeger waren dat al Levi's of The North Face. Vandaag de dag zijn dat  Chrome en Timbuk2 bijvoorbeeld. Ik wens ze dezelfde succesvolle toekomst als pakweg Levi's. Al wens ik het Tcho toch nog ietsje meer. Lees hier alles over de geboorte van een mooi nieuw merk.

maandag 15 december 2008

Congresverslag Youthwatching '09

De mannen van Trendwolves hebben voor een gratis kaart voor hun Youthwatching conferentie gezorgd, waarvoor wij zeer dankbaar zijn. Youthwatching '09 is een European Youth Marketing Summet over euhm ja jongerenmarketing dus. Het moet gezegd: het was een aangenaam seminarie. Veel jonge mensen (de doelgroep waarover het ging zat dus ook in de zaal én stond nu en dan op het podium), interessante sprekers en cases, een coole locatie (de Eskimofabriek in Gent), en vooral: er was wifi! Verder was er geen spoor te merken van de economische crisis. Integendeel: positivisme alom. Fijn ...

Goeie Marchandise was erbij en heeft een samenvatting gemaakt. Onder het motto 'inhoud is de nieuwe vorm' hier dus: de samenvatting! (met dank aan http://www.youngmarketing.nl/ waar ik hier en daar wat van gepikt heb en http://youtchwatching.com/ voor de foto's).



Martin Lindstrom – martinlindstrom.com


Martin Lindstrom begon de dag met een presentatie van cases uit zien nieuwste boek Buy-ology. Lindstroms punt is dat de meeste (marketing)communicatie gericht is op ons bewustzijn, maar dat wij mensen meestal onbewust gedrag vertonen. Met een neuromarketingstudie van 7 miljoen dollar heeft Lindstrom met zijn team geprobeerd om ons gedrag voor een stukje bloot te leggen.
Lindstrom geeft het voorbeeld van Pepsi vs Coca-Cola: een blinde smaaktest gecombineerd met een fMRI-scan toonde aan dat respondenten Pepsi de lekkerste cola vinden, maar als de merknaam onthuld wordt, herroepen de hersenen die mening en vinden ze Coca-Cola de lekkerste. Dat kan verklaren waarom Coca-Cola marktleider is, hoewel Pepsi steevast als beste cola naar voren komt uit smaaktests.

Een ander voorbeeld zijn de waarschuwingen op sigarettenpakjes. Uit marktonderzoek blijkt dat die waarschuwingen ervoor zorgen dat respondenten de intentie hebben om minder te gaan roken. Althans, dat beweren ze. Uit neuromarketingonderzoek blijkt het omgekeerde: het centrum in onze hersenen dat verantwoordelijk is voor cravings, de zogenaamde nucleus accumbens, wordt actiever mét de waarschuwing dan zonder de waarschuwing. Als gevolg van dit onderzoek is er in de UK alvast een voorstel gelanceerd om de waarschuwingen op de pakjes weer af te schaffen.

Uit Lindstroms neuromarketingonderzoek naar roken blijkt dat ons verlangenscentrum, onze nucleus accumbens, het sterkst gestimuleerd wordt door ... een foto van een rode formule 1 wagen zonder een Marlboro logo. Méér dan door een advertentie met een logo en méér dan door een sigarettenpakje. Straf ...

Lindstrom pleit erg voor zogenaamde ‘smashable components’ van een merk. Een logo hebben alleen is niet genoeg: je moet een arsenaal aan elementen hebben die je merk herkenbaar maken. Bij McDonalds zijn dat bijvoorbeeld de clown, de kleuren geel en rood, de vorm van de restaurantdaken, de geur enzovoorts. Elk van die elementen kan apart – en zonder het logo – de associatie met McDonalds oproepen. Als je veel van die ‘smashable’ componenten hebt blijft er altijd wat over van je merk, ook als je je logo weglaat. Zo evolueer je van een logo als herkenningspunt naar symbolen als herkenningspunt en uiteindelijk naar zintuiglijke ervaringen als herkenningspunt. De USP (of unique selling proposition) wordt zo uiteindelijk een HSP (een holistic selling proposition). Hij gaat hier wel wat kort door de bocht door de bevindingen van zijn onderzoek te veralgemenen naar alle merken. Maar uiteraard zijn McDonalds en Marlboro merken die jaren gigantisch in hun logo geïnvesteerd hebben en op die manier associaties kunnen bouwen hebben in onze hersenen. Verder zijn sigaretten ook zo'n specifiek product dat je de bevindingen over Marlboro moeilijk door kunt trekken naar een merk van pakweg toiletpapier (Scottex bijvoorbeeld)...

Volgens Lindstrom wordt product placement dé manier om te adverteren in de toekomst. Erg belangrijk daarbij is wel dat het product in de context van het programma moet passen en subtiel moet zijn (geen overdreven logo’s).
"The logo is going to die." [Martin Lindstrom]

In het tweede deel van zijn presentatie toonde Lindstrom het verband tussen religie en sterke merk. Uit zijn neuromarketingonderzoek blijkt dat gelovige mensen op dezelfde manier reageren op logo’s van bijvoorbeeld Apple en Harley-Davidson als op religieuze symbolen. De vergelijking die Lindstrom maakt tussen religies en sterke merken is opvallend. Hij selecteert een aantal factoren die sterke merken en religies delen:
- het gevoel van ‘erbij te horen’: groepsgevoel
- een duidelijke visie
- een duidelijke vijand
- zintuiglijke waarnemingen (vb. de geur van een hamburger of de geur van wierook)
- verhalen
- grandeur
- evangelisme: fans treden op als ‘apostelen’, ook bij merken
- symbolen
- mysteries
- rituelen (vb. het kloppen op een fles Heinz of de ramadan)



Maarten Leyts en Tom Palmaerts - Trendwolves

Maarten Leyts en Tom Palmaerts van Trendwolves presenteerden vervolgens de resultaten van hun European Trend Report dat binnenkort uitkomt. Ze probeerden de macro-trends bij jongeren te vatten in een paar termen. Zo is er de term 'kidults' (jongeren blijven langer jongeren, ook dertigers kunnen nu sneakers dragen), 'globalisatie' (de wereld wordt kleiner vooral door communicatieapplicaties), 'lokalisatie' (liefde voor het erg lokale, als tegenreactie op de globalisatie), 'technologisering' (meer vertrouwen in technologie) en 'fragmentatie' (explosie van culturen en subculturen).

Europa telt ruim 92 miljoen 'youngsters' (14-25 jaar). Om meer inzicht te krijgen in die doelgroep heeft Trendwolves een grootschalig onderzoek uitgevoerd in Europese steden. Ze ondervroegen daarvoor 18.843 jongeren van 14 tot 19 jaar en 7094 jongeren tussen 20 en 25 jaar. Daar komen acht belangrijke elementen van jongerencultuur uit naar voren:
  • Looks - Als jongeren kleding kopen worden ze vooral geïnspireerd door merken (36%) en vrienden (22%). Merken als Diesel, Levi's, Nike, Adidas, Converse doen het goed. Maar heel ontnuchterend: kleren moeten vooral passen (62%). Het gaat niet alleen om kleding, maar ook om bijvoorbeeld gadgets, inspiratie uit games of manga.
  • Do it yourself - Jongeren passen bestaande zaken aan of creëren (en verkopen) iets zelf.
    Verbonden zijn - De GSM is belangrijker dan het internet, want een gsm hebben jongeren altijd bij zich. Het mobieltje gebruiken ze vooral om te sms'en (maar om iets af te spreken bellen ze).
  • 'Gathering' - Jongeren komen effectief samen op een festival of rave (globaal), maar ook in de jeugdbeweging (lokaal).
  • Helden - Jongeren hebben nog steeds globale helden, maar noemen vooral ouders, broers en zussen als hun belangrijkste helden. Er is een vervaging van ruimte en van tijd. Een jonge Deen noemde bijvoorbeeld Hitchcock, Obama en zijn oom als helden.
  • Reizen
  • Rebellie - Ouders mogen best naar Studio Brussel luisteren en een leerkracht mag jeans dragen, maar het 'us versus them'-gevoel blijft. Jongeren staan niet meer op de barricades maar uiten hun rebellie op andere manieren.
  • 'Skills' - Wat je kan naast school is heel belangrijk. Denk aan een originele MySpace-pagina maken of aan parkour doen. Het is niet voor niets dat de tutorials op YouTube zo goed bekeken worden.

Uit bovenstaande elementen zijn de belangrijkste trends voor 2009 af te leiden:

  • 'Lifestreaming': interactie met elkaar en het laten zien van je leven op sociale netwerken en andere communicatieplatformen.
  • 'Personal branding' (jongeren als merk): jongeren willen graag gezien worden en overal nemen ze foto's of laten ze zich fotograferen voor hun profielpagina, om te laten zien dat ze een cool leven hebben en om bevestiging te krijgen.
  • '(De)friending': jongeren beginnen kwaliteit van vrienden belangrijker te vinden dan kwantiteit. Vrienden als status is boeiend, dus het begint met zo veel mogelijk vrienden. Maar daarna denken ze “cut the crap” en vliegen de valse vrienden uit hun netwerk.
  • 'Entertailors': Internet is het geprefereerde medium van de jogneren (67%), ver boven tv (22%). Jongeren controleren zelf hun mediagebruik.
  • 'Turkish Delight': Turkije is een land met veel contrasten en geen enkel land in Europa heeft zoveel jongeren. Turkse jongeren zijn ambitieus, zeer sociaal en weerspiegelen perfect de ‘glocalisatie’-trend.
  • 'Hop, skip, jump': veel jongeren hebben de drang om bij te leren. Ze gaan zelf zaken exploreren. Hun bevindingen delen ze met de mensen rondom hen. Jongeren blijven langer thuis wonen ('Hotel Mama') of kruipen bij elkaar à la Friends.
  • 'Agents of change': Jongeren hebben controle over hun mediagebruik, over de boodschappen die ze toegestuurd krijgen, over de manier waarop ze willen leven, enzovoort maar ook op de gezinsaankopen.

Thijs Boon – VICE magazine

Thijs Boon van het jongerenmagazine VICE gaf een presentatie die nogal promotioneel was, maar gaf ons wel mee dat authenticiteit en ‘content’ essentieel zijn om jongeren te bereiken.

“It all begins at corporate headquarters. Develop relevance and credibility and
youth will love you”


Cameron Saunders – Channel 4

Cameron Saunders doet de marketing voor Channel 4 en e4.com. Volgens hem wordt het steeds lastiger om jongeren te bereiken en om hen te overtuigen om naar een programma te kijken. Hij noemt ze dan ook 'generation why should I care'. Dat het wel kan lukken, bewijst het succes van de multichannel-dramaserie 'Skins'. Er kijken meer dan 2 miljoen mensen naar, online video en andere inhoud heeft al ruim 3 miljoen views gekregen en de serie heeft 140.000 MySpace-vrienden.

De strategie die ze bij Channel 4 toepasten is: van 'discovery' naar 'involvement' naar 'advocacy'. De rol van marketing gaat steeds meer om het stimuleren, grootbrengen en coördineren van de dialoog. Focus op het creëren van waarde voor klanten. Investeer eerst in relevante inhoud en pas daarna in media.

Bij Channel 4 hebben ze een half miljoen pond uit het advertentiebudget genomen en dat gegeven aan het maken van ‘content’ (verhalen, foto’s,...) en het opzetten van platformen die het maken en delen van die content vereenvoudigen. Zo lanceerden ze een wedstrijd om het logo van de serie te ontwerpen, om de cast te stylen, enzovoort. Ze werkten met een zeer complex ‘micro-mediaplan’.

De investering in nieuwe media was ook voor Channel 4 nooit gezien. Om zijn chefs te overtuigen maakte Cameron de ‘magic equation’:

1x60x7=420

1 jongere met invloed beïnvloedt gemiddeld 60 andere jongeren via zijn netwerk, en mond-tot-mond-reclame blijkt uit onderzoek 7 maal krachtiger dan gewone reclame. Dat betekent dat 100.000 ‘beïnvloeders’ hetzelfde effect kunnen veroorzaken als 42 miljoen advertentie-impacts ...


Lorenz Bogaert - Netlog

Lorenz Bogaert van Netlog noemt zijn presentatie 'Masters of the Universe'. Netlog is met 40 miljoen leden en 6 miljard pageviews per maand dan ook het grootste sociale netwerk onder jonge Europeanen (14-24). De enorm snelle groei viel zelfs The Wall Street Journal op. Tot nu toe was de aanpak productgericht, komend jaar wil Netlog bouwen aan zijn merk. Meer informatie over Netlog vind je op http://corporate.netlog.com/


Nalden – Nalden.net

Nalden.net is een knappe site die helemaal gerund wordt door één persoon: Nalden. Hij doet zijn verhaal dus vanuit jongerenperspectief. Hij houdt zich bezig met bloggen, sneakers kopen, platen uitbrengen en advies voor reclamebureaus. Nalden.net is van een blog een merk geworden. De site ziet eruit als een soort desktop. Nalden heeft het niet voor klassieke banners en bedacht daarom een nieuwe manier van adverteren: grafisch hoogstaande wallpapers - advertenties die je niet herkent als advertenties als achtergrond van zijn blog. Onder andere Universal en Bacardi maken er al gebruik van.

Volgens Nalden is het niet zo moeilijk om jongeren te bereiken:

  • gebruik de juiste taal;
  • zorg dat je niet alléén online bezig bent;
  • onderschat je doelgroep niet;
  • focus je op het creëren van conversaties, niet op het genereren van zoveel mogelijk verkeer naar je website;
  • participeer in bestaande communities om mensen ambassadeur te maken, investeer in jonge talenten en doe aan co-creatie met jongeren;
  • beïnvloed de beïnvloeders.
"Dankzij Google hoef je niks meer te leren, want je kan het opzoeken." [Nalden]



Jeroen Boschma - BizcoB Barcelona

Jeroen Boschma is vooral bekend als auteur van het boek Generatie Einstein. Voor hem is de ‘nieuwe generatie’ al een feit. Het is een generatie jongeren die in de wereld van vandaag leven en 'm snappen, terwijl volwassenen er niets van begrijpen. Dat betekent dat je moet loslaten wat je geleerd hebt. De grootste fout die je kan maken, is denken dat je het wel weet.

Concreet betekent het dat je ideeën en concepten moet voorleggen aan je doelgroep. In onderzoek moet je luisteren maar vooral kijken: hoe reageren ze? Jongeren vragen zich af waarom ze bepaalde merken zouden toelaten in hun leven. Meer zelfs: ze vragen zich af waarom ze jouw merk zouden moeten kennen en waarom jij relevant bent in hun leven. Wat missen ze eraan als jouw merk niet meer bestaat? Waarom zouden ze bij jou komen werken?


Erik Van Den Branden - Deloitte

Erik Van Den Branden van Deloitte bracht een verhaal over recruteren. Deloitte is constant op zoek naar afgestudeerden, vooral in financiële richtingen. Uit een Engels onderzoek bleek dat 88% van de pas afgestudeerden hun sociale netwerk (offline en online) gebruikt om een job te vinden. Dat inspireerde Deloitte om een Facebookapplicatie te ontwikkelen om jonge medewerkers te vinden.

Werknemers van Deloitte konden een widget installeren op hun Facebookprofiel waarop stond ‘work with me’. Als ze nieuwe werknemers aanbrachten, kregen ze bovendien een bonus.
Het resultaat van de actie was frappant: op 4 dagen tijd slaagde Deloitte erin om 100 jongeren meer naar een recruteringsevenement in Leuven te lokken, terwijl er nog maar 65 zich ingeschreven hadden.

zaterdag 13 december 2008

In N Out Burger


Burgers zijn vaneigens zeer big in de States. Ze staan overal op de kaart en de beste burgerplaatsen zijn talk of the town. Nu is er eentje in San Francisco die zeer veel Word of Mouth krijgt: In N Out Burger. Het is een burgerresto in het verder veel te toeristische Fischerman's Wharf. Maar In N Out is een reden om er toch heen te gaan. Het is een Californische keten die enkel vestigingen heeft aan de Southwest coast. 

De keuze bij het binnenkomen is nogal beperkt. Op het menu staan: Hamburger, Cheeseburger, Double Double en French Fries. Maar er is ook een secret menu. Dat zie je niet in de shop. Dat moet je weten. Zo kun je een Flying Dutchman bestellen: een burger zonder broodje. Of een 4x4 (4 burgers, 4 sneetjes kaas), een 2x5 of een 30x20 als je zou willen. Of je frietjes animal style (met augurkjes, gesmolten kaas, geroosterde uitjes,...) Je burger kan ook animal  style natuurlijk. Of protein style, met een groot blad sla ipv een broodje. 

Geniale marketing vind ik dat. Zeer samenzweerderig en dé garantie op word of mouth. Want als je niet over de nieuwe items op het secret menu kunt spreken, kun je ze ook nooit bestellen. Ik voorspel deze vorm van marketing een mooie toekomst de volgende jaren.   Laten we het maar mysteriemarketing dopen. Of schaarstemarketing? Andere suggesties?

vrijdag 12 december 2008

Let's have a big time


Ik vertoef momenteel in de States en zag dat radiostation MNM zijn nieuwe logo introduceerde. Samen met de baseline "Let's have a big time". Iets in mij vindt dat dat niet echt bekt. Ik heb die baseline even afgetoetst met wat native speakers. Iedereen keek nogal vreemd. "Let's have big time"? Neen, zo zouden ze het nooit zeggen. 
Nu ben ik helemaal geen vendelzwaaier die absoluut voor de eigen taal wil opkomen. Maar als je dan toch per se een Engelse baseline wil, schrijf dan een deftige. Deze is zo mogelijk nog krommer dan "Q is good for you".

Branding en VRT, het zal waarschijnlijk nooit iets worden. De naam MNM is op zich ook al een klucht natuurlijk. Wat me wel benieuwt, is de strijd tussen sterke merken Studio Brussel (naast Klara het enige deftige VRT merk) en Peter Van de Veire. Verliest Studio Brussel luisteraars aan Van de Veire? Ik denk het eerlijkgezegd niet. Als u het mij vraagt, staat het gesternte voor MNM niet echt gunstig... Ik ben alleszins benieuwd hoe ze dit merk verder zullen invullen .